Anton Heijboer ("Noem
me maar de Robin Hood van de kunst") wordt geboren in 1924 in Sabang
in het voormalig Nederlands-Indië, als zoon van een werktuigbouwkundig
ingenieur. Het gezin verhuist snel naar Haarlem. Daar wonen ze tot 1925.
Anton Heyboer is op 9 april 2005 overleden in zijn slaap. Hij is 81
jaar geworden.
De familie Heijboer
lijkt daarna een verhuismarathon te maken langs steden in Nederland
en tussendoor ook nog naar New York en Curacao. Zoon Anton krijgt een
technische opleiding als werktuigbouwkundige. Daarnaast leert hij lassen
en bankwerken. Hij wordt boormeester. In 1942 strijken de Heijboeren
neer in Haarlem, waar Anton een jaar later wordt opgepakt door de Duitsers
en wordt tewerkgesteld in Berlijn.
Na zeven maanden komt hij doodziek terug. Zijn ervaringen in het werkkamp
zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van zijn kunstenaarschap.
Hij schreef daar zelf over: 'Het concentratiekamp was niet slechter
dan het ouderlijk huis en de maatschappij is voor mij niet slechter
dan beide, te oncreatief. Hij leert zichzelf etsen en maakt schaamteloos
kitsch om het dagelijks brood te verdienen.
Na de oorlog verlaat hij het ouderlijk huis en trekt naar Drenthe, woont
een paar maanden in Zuid-Frankrijk en laat zich in 1951 opsluiten in
het psychiatrisch ziekenhuis in Santpoort. Hij verblijft daar een paar
maanden. Zijn turbulente levensstijl uit zich in een aantal huwelijken.
In 1961 vindt hij de rust die hij zoekt in Den Ilp. En vanaf dat moment
wordt de bekendheid van Heijboer en zijn bruiden alleen maar groter.
De 'Heijboerderij' wordt een bezienswaardigheid en er komt een winkeltje
tegenover waar het werk van de kunstenaar te koop wordt aangeboden.
Het is het begin van een serie uitbreidingen op het terrein. Dat gaat
lang goed, maar er komen scheve gezichten van inwoners die hun illegale
bouwsels van de gemeente wel moeten afbreken. Heijboer wordt begin jaren
negentig een politiek item.
De partij Gemeentebelangen ontpopt zich als een luis in de pels van
de Heijboer-familie, omdat de wisselende politici steeds weer het idee
krijgen dat Heijboer meer mag dan de 'gewone' inwoners van het dorp.
Een beetje terecht, zo blijkt uit een uitspraak van burgemeester Kerkhoven
in 1987: 'Onderscheid moet mogelijk zijn'. Het huis verdwijnt langzaam
achter houten afrasteringen. In de loop der jaren stijgt het aantal
bruiden van de grafisch kunstenaar tot vijf: Petra, Lotti, Joke, Marike
en Maria, in willekeurige trouwvolgorde. De productie van de kunst neemt
alsmaar toe.
|