WARHOL, ANDY


Andy Warhol, geboren te Pennsylvania in 1928 als zoon van Slowaakse immigranten, vertrok na zijn studie Commercial art naar New York. Daar begon hij te werken als commercieel illustrator, voornamelijk voor schoenenadvertenties. In 1961 exposeerde hij in Los Angeles waar hij zijn 32 smaken Campbell soepblikken showde. In 1962 opende hij The Factory, de fabriek waar hij met behulp van ´Art Workers´ zijn prints massaal (re)produceerde.

Zijn kunst weerspiegelt de beelden van zijn tijdgeest, en was representatief voor de amerikaanse droom en de cultuur van consumentisme. Voor het eerst kwamen beroemdheden en producten voortdurend in beeld via tv en reclame-advertenties. Warhol liet zien dat alles dat als populair beschouwd werd, gemaakt kon worden tot gevoelloze, zich herhalende, banale beelden, en andersom, dat alle banale objecten veranderd konden worden in een product dat goed verkoopt. Zo vervaagde hij de grenzen van originele kunst en populaire massaproducten. Terwijl advertenties steeds artistieker werden, werd kunst een meer populair product voor de massa.

Voor die tijd had Monet al hetzelfde motief in series geschilderd, zodat de schilderingen op volgorde de verandering in perceptie van licht en kleur weergaven van uur tot uur. Echter, Warhol herhaalde steeds hetzelfde beeld en haalde dit uit elke context, waarmee hij de massaproductie imiteerde. Hij wilde lopende bandwerk afleveren, het liefst schilderde hij altijd op vierkant doek, van hetzelfde formaat en in dezelfde kleur, zodat alle werken inwisselbaar waren. Hij wilde geen keuzes moeten maken over formaat, kleur of object, en geen enkele gedachte of emotie toelaten in zijn werk. Deze afstandelijkheid en gefascineerde maar ogenschijnlijk onthechte blik op zijn objecten is kenmerkend voor zijn werk.

Zo toegankelijk als zijn producten waren, zo ontoegankelijk kwam Warhol zelf over. Hij werd gezien als stille, excentrieke observator. Hij kwam afstandelijk over, maar was wel een perfectionist en een workaholic. Hij wilde zo snel mogelijk leven om maar zo min mogelijk te missen, zo lijkt het. Intussen verzamelde hij maniakaal al zijn kassabonnen, treinkaartjes, knipsels en quotes en liet alles wat hij deed vastleggen. Zodat hij in elk geval bewijs had te bestáán, te léven.

Zijn uitspraken maken duidelijk dat hij die geruststelling nodig had: `Het is moeilijk in de spiegel te kiijken, er is niks dat je aankijkt´ en ´Ik houd van acteurs, als je ze vraagt wat ze doen zitten ze altijd tussen twee rollen in´.
Hij zei zo vaag mogelijk te willen blijven opdat hij nooit echt te vatten was. Beeldde hij daarom verpakkingen van producten (blikken, colaflesjes, brilloverpakkingen) uit? Was Warhol zo oppervlakkig als hij deed voorkomen? Het blijft speculeren, maar had Warhol nog geleefd, hij zou ontkennend geantwoord hebben. Hij wilde kunst niet intellectualiseren en impliceerde nooit dat er een onderliggende boodschap achter zijn kunst schuilde:

´Als je alles over Andy Warhol wilt weten, kijk dan gewoon naar de buitenkant van mijn schilderijen en films en naar mij, daar ben ik. Er zit niets onder de oppervlakte.´